StartpaginaEnergie-filamenttheorie (V6.0)

I. In één zin: zet twee “krachten” terug op dezelfde Basiskaart
Eerder hebben we de wereld al omgezet naar de Energiezee: het Veld is een zeeconditiekaart, beweging is Hellingsafrekening, en voortplanting draait op Estafette-voortplanting. Vanaf hier hoort “zwaartekracht” en “elektromagnetisme” niet meer te klinken als twee verschillende “onzichtbare handen”. In de Energie-filamenttheorie (EFT) zijn het eerder twee hellingen op dezelfde zeekaart:

Zwaartekracht: Spanningshelling (het terreinverschil van hoe strak de zee staat gespannen)
Elektromagnetisme: Textuurhelling (het routeverschil van hoe de “wegen” van de zee worden uitgekamd, en naar welke kant ze neigen)

De zin die je echt moet vastspijkeren is: zwaartekracht lijkt op een terreinhelling, elektromagnetisme op een weghelling.
Een terreinhelling bepaalt of je “als geheel” omlaag gaat; een weghelling bepaalt “hoe je een route kiest, en welke weg je neemt”.


II. Waarom “veldlijnen” geen dingen zijn: het zijn kaartsymbolen
Veel mensen hebben een standaardplaatje in hun hoofd: zwaartekracht-veldlijnen als elastiekjes die objecten meetrekken; elektrische veldlijnen als dunne draadjes van plus naar min. In dit boek zijn “veldlijnen” eerder symbolen op een kaart:

Zwaartekracht-veldlijnen lijken op pijlen op hoogtelijnen: ze zeggen “waar is het lager, waar kost het minder moeite”.
Elektromagnetische veldlijnen lijken op wegwijzers: ze zeggen “waar loopt het soepeler, waar grijpt het makkelijker in”.

Daarom wordt de leeswijze hier meteen vastgezet: het Veld is een kaart, geen hand; veldlijnen zijn symbolen, geen touwen.
Zie je een kluwen lijnen, denk dan niet eerst “lijnen trekken”, maar “lijnen markeren een pad”.


III. Hoe zwaartekracht ontstaat: spanningstopografie schrijft de “afdaling” vast
In de Energie-filamenttheorie lees je zwaartekracht eerst via Spanning. Hoe hoger de Spanning, hoe “strakker” de zee; en strak betekent niet alleen moeilijker te herschrijven, maar ook dat het Ritme trager wordt (de wortel van roodverschuiving en tijdaflezingen).
Het meest intuïtieve beeld is: Spanning als een strakgetrokken rubbermembraan.

Een plek die strakker is getrokken, betekent dat daar een “diepere terreindwang” ontstaat.
Zet je er een structuur in, dan rekent die vanzelf af langs de zuinigere route; van buiten ziet dat eruit als “naar binnen vallen”.
Daar is geen hand voor nodig; het terrein zelf is de regel.

Hier hoort nog één haakzin bij die de “universaliteit” van zwaartekracht in één keer helder maakt:
Zwaartekracht werkt bijna op alles, omdat de Spanningshelling de ondergrond zelf herschrijft; geen enkele structuur komt om het Ritme en de bouwkosten van de ondergrond heen.
Met andere woorden: welk kanaal je ook openzet, zolang je in deze zee zit, reken je af in het Spanningsgrootboek.


IV. Waarom zwaartekracht bijna altijd “aantrekt”: een Spanningshelling heeft maar één richting
Elektromagnetisme kent plus en min; waarom is “antizwaartekracht” dan geen alledaags verschijnsel? In de intuïtie van de Energie-filamenttheorie omdat een Spanningshelling meer lijkt op een terreinhelling:

Een terreinhelling kent alleen “lager/hoger”; omlaag blijft omlaag, het wordt geen omhoog omdat je “een ander object” kiest.
Hoe strakker de Spanning, hoe lastiger een structuur daar zijn toestand vasthoudt; het systeem rekent die ongemakkelijkheid af door “richting de goedkopere kant” te gaan.
Daarom zie je op macroschaal vaker een aantrekkelijk uiterlijk: samenlopen naar strakkere zones.

Dit kan als geheugenpin dienen: een Spanningshelling lijkt op hoogteverschil, niet op plus/min-lading; daarom voelt zwaartekracht als een “éénzijdige afrekening”.


V. Hoe het elektrische veld ontstaat: deeltjes “kammen” Lineaire streping uit, en dat is het skelet van het elektrische veld
Elektromagnetisme lees je eerst via textuur. Textuur is geen extra stof; het zijn de “wegen” die de zee organiseert. In de Energie-filamenttheorie kun je een geladen structuur zo zien: ze laat in het nabijveld een stabiele textuurbias achter - alsof je met een kam een grasveld in één “meelopende” richting legt. Die richting breidt zich naar buiten uit en vormt een wegorganisatie die heel makkelijk als “lijnen” wordt getekend.

Daarom kun je een heel visuele, goed herhaalbare norm geven:
Elektrisch veld = de statische Lineaire streping die in het nabijveld is uitgekamd.

De betekenis van Lineaire streping is niet “lijnen trekken je”, maar “de weg wijst richting”:

Een structuur met passend tandprofiel rekent makkelijker af langs Lineaire streping.
Een structuur met niet-passend tandprofiel ziet een veel zwakkere “weg”, soms bijna onzichtbaar.
Dat gelijke/tegengestelde tekens als afstoting/aantrekking verschijnen, lijkt meer op de vraag of twee platen Lineaire streping bij overlap “meer conflicteren” of “meer in elkaar passen”; het systeem gaat verder uit elkaar of dichterbij om conflict te verlagen en passing te verhogen.

Eén zin voor de smaak van het mechanisme: het elektrische veld is geen duwen/trekken, maar wegwerk; als de weg er eenmaal ligt, stuurt de weg zelf.


VI. Hoe het magnetische veld ontstaat: Lineaire streping “rolt terug” in beweging, en het terugrolpatroon is het skelet van het magnetische veld
Het magnetische veld wordt het makkelijkst aangezien voor “iets totaal anders”. In de Energie-filamenttheorie is het eerder de onvermijdelijke vorm die elektrische Lineaire streping aanneemt onder de voorwaarde van beweging: wanneer een structuur met Lineaire streping-bias zich relatief tot de Energiezee verplaatst, of wanneer stroom verschijnt als “een geordende stroom van bewegende geladen structuren”, dan wordt de omringende textuur geschoren en omgeleid, en verschijnt Lineaire streping als een ringvormige terugrolorganisatie.

Dat levert een geheugenzin op die perfect werkt in gesproken uitleg:
Magnetisch veld = het quasi-statische terugrolpatroon dat tijdens beweging ontstaat.

De watervergelijking loopt opvallend soepel:

Leg je in stil water een staaf met ribbels, dan zijn de stromingslijnen grofweg “recht”.
Zodra de staaf beweegt, ontstaan meteen omhulling en krulling rond de staaf.
Die krulling is geen “tweede soort water”; het is hetzelfde water, alleen anders georganiseerd door bewegingsschering.

Daarom is het “rondlopen” van magnetische veldlijnen niet mysterieus: het is een weg die door bewegingsschering een “omwegweg” wordt. Dat maakt ook het uiterlijk van de Lorentzkracht - “zet je snelheid erin, dan verandert de richting” - tot ingenieursintuïtie: snelheid voegt geen magie toe; beweging zelf rolt de vorm van de weg op.


VII. Waarom elektromagnetisme niet zo universeel is als zwaartekracht: elektromagnetisme heeft de sterkste kanaalselectiviteit
Eerder zeiden we: zwaartekracht werkt bijna op alles, omdat de Spanningshelling de ondergrond zelf herschrijft. Elektromagnetisme is anders: een Textuurhelling lijkt meer op een wegennet; of je “de weg op kunt” en welke weg je pakt, hangt af van of een structuur de juiste “banden/tandprofiel” heeft. Daarom is kanaalselectiviteit bij elektromagnetisme scherp:

Zonder passend textuurinterface kun je de elektromagnetische “wegen” bijna niet “grijpen”, en is de respons zwak.
Met een sterk textuurinterface word je krachtig door die wegen geleid, en is de respons sterk.
Dezelfde structuur kan in verschillende toestanden (bijvoorbeeld interne Uitlijning, Polarisatie, een ander fasevenster) een duidelijk andere zichtbare elektromagnetische respons vertonen.

Dit is de tweede geheugenpin van deze sectie: zwaartekracht is terrein, iedereen moet omlaag; elektromagnetisme is weg, niet iedereen rijdt op dezelfde banden.


VIII. Leg twee kaarten over elkaar: in één wereld bestaan “afdalen” en “route kiezen” tegelijk
In het dagelijks leven wordt een auto op een bergweg tegelijk door twee dingen gestuurd:

Het reliëf bepaalt “naar welke kant afdalen minder moeite kost”.
De weg bepaalt “via welke weg je omlaag kunt, en hoe je bochten kunt nemen”.

Spanningshelling en Textuurhelling staan in precies zo’n verhouding:

Spanningshelling geeft op grote schaal de “Basiskleur” van het afdalen, en herschrijft Ritme en bouwkosten.
Textuurhelling geeft lokaal de “routekeuzedetails”, en bepaalt koppelingssterkte en richtingsvoorkeur.

Zet je dit terug in de vorige twee secties, dan wordt het nog helderder:

In 1.15 is de Roodverschuiving van spanningspotentiaal (TPR) in wezen een aflezing van het Spanningspotentiaalverschil: in strakke zones is het Ritme trager, dus de aflezing is roder.
In 1.16 is de Statistische spanningszwaartekracht (STG) in wezen een “statistische Spanningshelling”: kortlevende structuren trekken herhaaldelijk strak, alsof er over het terrein een laag van trage verzakking wordt uitgerold.
Dit laat zien: in de Energie-filamenttheorie is de zwaartekrachtlijn geen los hoofdstuk, maar het hoofdgeraamte van het hele boek; elektromagnetisme is de ingenieurslaag die op dat geraamte wegen en rijstroken aanlegt.


IX. Drie meest voorkomende verschijnselen: hoe je ze met “twee hellingen” in één keer helder uitlegt
De zuinigste manier om zwaartekracht en elektromagnetisme te verenigen is ze te zien als “twee hellingen”: Spanningshelling en Textuurhelling. Ze delen één grammatica: helling = afrekenverschil; langs de helling lopen is “de weg met de laagste bouwkosten”.

Vrije val
Spanningshelling: boven losser, beneden strakker -> een structuur glijdt langs de spanningsgradiënt omlaag;
Textuurhelling: vrije val leunt niet op lading/stroom, dus Textuurhelling domineert niet.

Banen en binding
Spanningshelling geeft de grote trend van “naar beneden glijden”;
Textuurhelling geeft “zijdelingse routegeleiding” (bijvoorbeeld elektromagnetische binding, geleiding door een medium);
dus een baan is niet “krachtloos”, maar samengestelde navigatie van twee hellingen.

Lenswerking en afbuiging
Spanningshelling buigt lichtpaden (zwaartekrachtlens);
Textuurhelling buigt ook routes: de weg geleidt het Golfpakket, en dan verschijnen verschijnselen als breking in elektromagnetische media, selectie van Polarisatie, golfgeleiders, enzovoort.

Hard ingenieursbewijs - energie zit echt “in het Veld/in de textuurorganisatie”


X. Samenvatting van deze sectie

Het elektrische veld trekt de zee recht, het magnetische veld roert in cirkels; leg je ze over elkaar, dan krijg je een spiraaltextuur.


XI. Wat de volgende sectie gaat doen
De volgende sectie gaat naar de kern van de derde grote fundamentele kracht: Werveltextuur en Kernkracht. Ze herhaalt elektromagnetisme niet, maar introduceert een korterbereikende, drempelsterkere “Uitlijning en Ineengrijping”-mechaniek om kernstabiliteit, hadron-ineengrijping en diepere regels van structurele compositie te verklaren - en ze voegt “wegwerk met Lineaire streping” en “vergrendelen met Werveltextuur” samen tot één hoofdlijn van structuurontstaan.


Auteursrecht en licentie: Tenzij anders vermeld, berust het auteursrecht op “Energiedraadtheorie” (inclusief tekst, grafieken, illustraties, symbolen en formules) bij de auteur (屠广林).
Licentie (CC BY 4.0): Met vermelding van auteur en bron zijn kopiëren, herpubliceren, fragmenten, bewerken en herdistributie toegestaan.
Naamsvermelding (aanbevolen): Auteur: 屠广林|Werk: “Energiedraadtheorie”|Bron: energyfilament.org|Licentie: CC BY 4.0
Oproep tot verificatie: De auteur werkt onafhankelijk en financiert dit zelf—zonder werkgever en zonder sponsoring. Volgende fase: zonder landenbeperking prioriteit geven aan omgevingen die openstaan voor publieke discussie, publieke reproductie en publieke kritiek. Media en vakgenoten wereldwijd: organiseer in dit venster verificaties en neem contact met ons op.
Versie-info: Eerste publicatie: 2025-11-11 | Huidige versie: v6.0+5.05