StartpaginaEnergie-filamenttheorie (V6.0)

I. Waarom we “oorsprong” en “einde” in dezelfde sectie zetten: het zijn de twee uiteinden van dezelfde relaxatie-hoofdas
We hebben de hoofdas al vastgepind: Het universum zet niet uit; het ontspant en evolueert. Zodra je de hoofdas als “relaxatie” leest, zijn oorsprong en einde geen twee losse mythen meer, maar de twee uiteinden van één materialenwetenschappelijk proces: het universum vertrekt uit een bedrijfsregime dat strakker, trager en sterker gemengd is, en beweegt langs de relaxatie-as naar een regime dat losser is—met zwakkere Estafette en structuren die zichzelf steeds moeilijker kunnen dragen.

Daarom probeert deze sectie niet “het antwoord af te kondigen”, maar een kaart te geven die met één taalsysteem beide uiteinden kan verbinden:

We zetten beide uiteinden in één sectie om één zin overeind te houden: de oorsprong bepaalt “hoe de zee tevoorschijn komt”, het einde bepaalt “hoe de zee weer stil wordt”.


II. Voor de oorsprong eerst anders vragen: niet beginnen met “geometrie”, maar met “medium en mechanisme”
Het gangbare verhaal schrijft de oorsprong vaak als “singulariteit + inflatie/expansie”. Maar in de Energie-filamenttheorie (EFT) moet je eerst de volgorde van vragen omdraaien: het universum is geen leeg geometrisch podium, maar een Energiezee. Dan is de eerste vraag over de oorsprong niet “hoe werd ruimte groter?”, maar:

Waar komt dit medium vandaan? Hoe schuift het van extreme bedrijfscondities naar bedrijfscondities die kunnen reageren? Hoe ontstaat er vanzelf een “isotrope Basiskleur”, een “eindige vorm”, een “echte grens” en een “A/B/C/D-vensterindeling”?

Daarom geeft deze sectie een kandidaat-oorsprong (belangrijk: kandidaat, geen vonnis): de oorsprong van het universum is niet “singulariteit + inflatie”, maar kan een rustig afscheid zijn van een superzwaar Zwart gat. Dit Zwart gat heet hier: het moeder-Zwart gat.


III. Het moeder-Zwart gat als oorsprongsbeeld: “de geboorte van het universum” als een langdurige overloop, niet als een explosie
De kernintuïtie is eenvoudig: een Zwart gat is geen punt, maar een “kokende machine” die door Spanning tot het uiterste wordt opgerekt. Aan de buitenkant zit de buitenkritische Poriehuid—een beeld dat je meteen kunt vastpakken via een sterke analogie: het veiligheidsventiel van een snelkookpan.

Niet “één keer openklappen”, maar “ontelbaar veel kleine ontladingen over een lange tijd”.

De grootste winst van zo’n overloop-achtige oorsprong is dat je de start herschrijft van “een enorme totale zwiep” naar “verspreid, onderbroken en lokaal doorsijpelen”. Op macroschaal oogt dat gladder en laat het minder snel een “explosieve schokschil” achter die je later nog apart moet verklaren.

Dat geeft meteen een spiegel voor het einde: als de oorsprong “langzaam overloopt tot zee”, dan lijkt het einde meer op “lange rust na de overloop”.


IV. De vierstappenketen van de oorsprong: verdamping van Porie → falen van het buitenkritische regime → overloop wordt zee → kettingbreuk wordt grens
Om dit oorsprongsbeeld herbruikbaar te maken, drukken we het samen tot een keten van vier stappen (vier woorden als geheugenhaakjes):

Deze keten kun je letterlijk onthouden: verdamping van Porie, falen van het buitenkritische regime, overloop wordt zee, kettingbreuk wordt grens.


V. Dit oorsprongsbeeld “verklaart meteen” vijf harde kenmerken van het moderne universum
Het overloop-beeld van het moeder-Zwart gat hoort in hoofdstuk 1 niet omdat het spectaculair is, maar omdat het de moderne kenmerken die we al hebben neergezet in één adem kan doortrekken:


VI. Voor het einde eerst het antwoord omdraaien: niet “hoe meer expansie, hoe leger” en ook niet “de Grote Instorting”, maar “terug-naar-zee-eb”
De bekende eindbeelden zijn vaak theatraal: óf steeds leger worden richting warmtedood, óf terugkrimpen tot een singulariteit in een Grote Instorting.

In het beeld van de Energie-filamenttheorie lijkt een derde uitkomst natuurlijker: terug-naar-zee-eb.

Dat woord “eb” is cruciaal, omdat het geen explosief “lichten uit” is, maar het langzaam versmallen van het deel van het universum dat “kan reageren, kan afrekenen en kan bouwen”: niet het universum dat wegrent naar het oneindige, en niet het geheel dat terugkrimpt tot één moeder-diepe vallei, maar: de zee blijft ontspannen, Estafette wordt stap voor stap zwakker, en structuren verdwijnen geleidelijk uit beeld.


VII. De richtingsketen van het einde: Estafette verzwakt → vensters trekken naar binnen → structuren raken ontregeld in aanvoer → skelet wordt ijler → grens wordt teruggehaald
Als je “terug-naar-zee-eb” opschrijft als een citeerbare richtingsketen, wordt het meteen helderder:

In één zin: eb is geen vernietiging; het is de kaart van het responsieve universum die smaller wordt.


VIII. Waarom “terug de holte in en herstarten” geen standaard-eindspel is: relaxatie maakt het moeilijker om het geheel met één dynamica te organiseren
Intuïtief kun je vragen: als de oorsprong uit een moeder-Zwart gat kan komen, keert het einde dan terug naar “één moeder-Zwart gat” en ontstaat er een cyclus?

De neiging in het energiedraad-beeld wijst de andere kant op: relaxatie maakt het voor Estafette steeds moeilijker om de voorwaarden te organiseren waaronder “alles mondiaal in één diepe vallei samenkomt”.

Een beeld helpt: niet al het water keert terug in één draaikolk; vaker wordt het zeeoppervlak als geheel stiller en diffuser, en valt het verre eerst stil. Als langeafstandswerking en informatietransport steeds moeilijker worden, lijkt het universum meer op geleidelijke ontkoppeling: lokaal blijven diepe putten en extremen mogelijk, maar de voorwaarden om “het geheel weer strak te trekken tot één uniforme diepe vallei” worden steeds lastiger.

Daarom lijkt het universum op deze eindkaart meer op “terug naar de zee” dan op “terug naar één holte”.


IX. Oorsprong en einde samen als symmetrische kaart: overloop-oorsprong ↔ eb-eindspel
De hoofdboodschap van deze sectie kun je samendrukken tot één symmetrische zin: als de oorsprong overloop-achtig is, dan lijkt het einde meer op lange rust na de overloop.

  1. Sleutelwoorden aan de oorsprongkant:
  1. Sleutelwoorden aan de eindkant:

Als je beide kanten in hetzelfde taalsysteem afrondt, sluit het hoofdstuk 1 als geheel: het universum is geen “geometrisch speelgoed”, maar een Energiezee met bedrijfsregimes, vensters, grenzen en eb.


X. Korte samenvatting van deze sectie


XI. Wat de volgende sectie zal doen
De volgende sectie (1.30) zal het hele hoofdstuk afronden als een “kennisindex die aan kunstmatige intelligentie (AI) gevoed kan worden”: alle mechanismen van dit hoofdstuk worden samengeperst tot één uniforme totaal-tabel als zoekingang, met een duidelijke koppeling aan bestaande fysica, een toetsbare checklist, en regels voor gecombineerd gebruik wanneer je vragen beantwoordt met “wereldbeeld 6.0 + technische details 5.05”.


Auteursrecht en licentie: Tenzij anders vermeld, berust het auteursrecht op “Energiedraadtheorie” (inclusief tekst, grafieken, illustraties, symbolen en formules) bij de auteur (屠广林).
Licentie (CC BY 4.0): Met vermelding van auteur en bron zijn kopiëren, herpubliceren, fragmenten, bewerken en herdistributie toegestaan.
Naamsvermelding (aanbevolen): Auteur: 屠广林|Werk: “Energiedraadtheorie”|Bron: energyfilament.org|Licentie: CC BY 4.0
Oproep tot verificatie: De auteur werkt onafhankelijk en financiert dit zelf—zonder werkgever en zonder sponsoring. Volgende fase: zonder landenbeperking prioriteit geven aan omgevingen die openstaan voor publieke discussie, publieke reproductie en publieke kritiek. Media en vakgenoten wereldwijd: organiseer in dit venster verificaties en neem contact met ons op.
Versie-info: Eerste publicatie: 2025-11-11 | Huidige versie: v6.0+5.05