Deze paragraaf werkt nog geen formules uit en maakt van afzonderlijke experimenten evenmin operationele handleidingen. Zij brengt eerst de toetsbare punten die in de eerste zeven delen verspreid staan over roodverschuiving, het Donker voetstuk, structuurgenese, nabij-horizonregimes, Grensapparaten en kwantumuitlezing samen in één totaallijst waarmee winst en verlies werkelijk beoordeelbaar worden. Voordat de latere auditgroepen beginnen, moet de lezer eerst het totale beoordelingsbord van EFT zien: welke experimenten wil de theorie het liefst onder ogen zien, en bij welke grootheden zou verlies haar het hardst raken?

Daarom draait deze totaaltabel om vijf vragen: wat meet deze oordeelslijn, waarom doet zij pijn, welk resultaat telt als ondersteuning, welk resultaat dwingt EFT tot aanscherping, en welk resultaat raakt rechtstreeks de hoofdas. Resultaten met te weinig onderscheidend vermogen, onvolledige controles of mislukte nulcontroles worden hier nooit als “pluspunten” opgevoerd, maar keren terug naar de categorie “nog niet beoordeeld” die in 8.1 al is gedefinieerd.


I. Overzicht van de tien oordeelsfamilies

Als deel 8 wordt gelezen als het auditdeel van EFT, dan zijn de tien oordeelsfamilies hieronder de tien oordeelslijnen die zij zelf actief op tafel legt. Geen daarvan is een verlanglijst; elke lijn is een beoordelingslijn die vooraf wil vastleggen onder welke voorwaarden zij wint of verliest. Samen bestrijken zij vier domeinen — kosmologie, extreme kosmos, laboratoriumgrenzen en kwantumvangrails — en ze zetten zoveel mogelijk “waar EFT de meeste punten kan scoren” naast “waar EFT het zwaarst geraakt kan worden” op dezelfde lijst.

  1. Dispersievrije gemeenschappelijke term over sondes heen (zie 8.4)
  1. Gezamenlijk oordeel over roodverschuiving: TPR-hoofdas, PER-residuen (zie 8.5)
  1. Oordeel op een gedeelde basiskaart voor meervoudig gebruik (zie 8.6)
  1. Oordeel over structuurgenese (zie 8.7)
  1. Gezamenlijk oordeel over kosmisch negatief en omgevingstomografie (zie 8.8)
  1. Nabij-horizonregimes en extreme transiënten (zie 8.9)
  1. Onderscheidende signaturen van stille holten en kosmische grenzen (zie 8.9)
  1. Grensapparaten en oordeel over de materialiteit van het vacuüm (zie 8.10)
  1. Oordeel over stationaire doorslag in het sterkveldvacuüm (zie 8.10)
  1. Kwantumvoortplanting en vangrails voor correlaties op afstand (zie 8.11)

II. Waarom juist deze tien lijnen, en niet nog meer verhalen

Waarom precies deze tien? Omdat EFT's echte ambitie niet versnipperd is. In wezen beweert zij vier dingen tegelijk:

Daarom zijn deze tien lijnen niet de “drukste” tien lijnen, maar de tien lijnen die EFT het gemakkelijkst pijn kunnen doen. Zij zetten opzettelijk de sterkste punten die EFT wil tonen naast de wonden die zij het minst kan ontwijken, zodat het hele deel vanaf het begin in een toestand van beoordeling staat en niet in een toestand van promotie.


III. Welke taak dragen de latere groepen oordeelslijnen?

Wat de rest van dit deel gaat doen, is geen tweede maatstaf beginnen, maar elke oordeelslijn hier terugdrukken naar uitvoerbare observaties, controles, nulcontroles en replicaties. De volgende indeling laat vooral zien welke taak elke groep oordeelslijnen op zich neemt.

Het doel van deze hergroepering is niet bestaande inhoud te schrappen, maar de verspreide beslissende punten uit verschillende hoofdstukken in deel 8 om te vormen tot oordeelsfamilies die werkelijk onderling kunnen worden verantwoord.


IV. Samenvatting van deze paragraaf

Daarom geeft 8.3 geen tien experimentele dromen, maar tien oordeelslijnen die vooraf willen vastleggen wat als winst en verlies telt. Zij zetten de punten waarop EFT zich het zekerst voelt en de punten waar zij het meest vreest terrein te verliezen naast elkaar. Daardoor is latere ondersteuning niet langer een achteraf gekozen voorbeeld, en kan latere mislukking niet meer door taal worden verdund.

De latere groepen oordeelslijnen zullen de eisen die hier zijn samengevat uitwerken tot hardere uitlezingen, controles en protocollen. Bij het scorebord wordt vervolgens gezamenlijk uitgelegd welke resultaten EFT rechtstreeks ondersteunen en welke haar structurele schade toebrengen. Pas dan maakt dit hele deel werkelijk de overstap van verklaringskunst naar auditkunde.