De Theorie van Energiedraden (EFT) koppelt ogenschijnlijk losse natuurverschijnselen met één gedeelde set variabelen tot één samenhangende keten. Spanning bepaalt hoe iets zich kan voortbewegen; gerichtheid/polarisatie bepaalt waarheen; coherentie bepaalt hoe ordelijk; drempel bepaalt of bundeling lukt; de interne klok zet het tempo; en de padterm (de bijdrage van het pad tussen bron–pad–detector) boekt achtergrond en evolutie onderweg. De lokale snelheidslimiet wordt door de lokale spanning gezet; metingen worden gekruist op één kaart van spanningspotentiaal.


I. Waarom “eenheid”?


II. Lijst van eenheden (voor de algemene lezer)


III. Toepassing in de praktijk


IV. Relatie met huidige theorieën


V. Grenzen & open punten (eerlijk overzicht)


VI. Samengevat